And in the end, the love you take is equal to the love you make.

Over The Beatles is inmiddels zowat alles gezegd wat er te zeggen valt. Hun opkomst, hun succes, hun muziek, hun ruzies, hun uiteenvallen: we kennen het verhaal ondertussen bijna uit het hoofd. Maar misschien kun je de geschiedenis van The Beatles ook eens vanuit een heel andere hoek bekijken, zonder het hele bekende verhaal opnieuw te vertellen. Daarvoor zijn eigenlijk maar twee liedjes nodig: “Love Me Do” en “I Me Mine”.

Toen ik de eerste officiële Beatles-opname naast hun laatste nieuwe opname legde, viel mij iets op wat veel interessanter was dan de muziek zelf. Op 4 september 1962 zaten John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en de pas aangetreden Ringo Starr voor het eerst samen in de studio voor een officiële Beatles-opname. Ze waren nog piepjong en hadden werkelijk geen idee wat hen te wachten stond. Het nummer dat ze die dag opnamen, “Love Me Do”, is in zijn eenvoud bijna ontroerend. Het gaat over een jongen die eigenlijk maar één ding wil: geliefd worden. Het is de romantische wereld van de jonge mens, waarin verliefdheid nog iets bijna vanzelfsprekends lijkt. Je ontmoet iemand, je wordt verliefd, je wilt bij elkaar zijn en vooral wil je weten dat de ander net zoveel van jou houdt als jij van hem of haar.

Bijna acht jaar later was daar “I Me Mine”, de laatste nieuwe Beatles-song die de drie overgebleven Beatles samen opnamen. John Lennon was er niet meer bij. Het contrast met “Love Me Do” is enorm. George Harrisons nummer gaat niet over het verlangen om geliefd te worden, maar over iets veel minder romantisch: het ego, het bezit en de menselijke neiging om alles naar zichzelf toe te trekken. Het steeds terugkerende “I, me, mine” klinkt bijna als het tegenovergestelde van de onschuldige vraag uit “Love Me Do”. De jongen die eerst wilde weten of iemand van hem hield, heeft ondertussen ontdekt dat mensen ook kunnen proberen elkaar te bezitten, elkaar naar hun hand te zetten en hun eigen verlangens voorop te stellen.

Misschien is dat wel een veel bredere menselijke ontwikkeling dan alleen die van The Beatles. Wie jong is, kijkt vaak nogal onbevangen naar liefde. Verliefdheid kan dan aanvoelen als iets dat de rest van het leven vanzelf zal oplossen. Maar naarmate iemand ouder wordt en een paar relaties, teleurstellingen en ontgoochelingen achter de rug heeft, wordt duidelijk dat liefde in de werkelijkheid een stuk ingewikkelder is. Wat aanvankelijk als liefde wordt ervaren, kan vermengd zijn met behoefte, jaloezie, seksuele aantrekkingskracht, onzekerheid of de wens om de ander voor zichzelf te hebben. En soms ontdek je pas achteraf dat wat je voor liefde hield vooral verliefdheid of verlangen was.

Dat betekent natuurlijk niet dat liefde een illusie is. Misschien betekent het juist dat de mooie, eenvoudige voorstelling van liefde waarmee we als jonge mensen beginnen, plaats moet maken voor een veel moeilijker inzicht. Echte liefde heeft weinig te maken met de vraag wat de ander voor jou kan betekenen en veel meer met wat je zelf bereid bent te geven. Daarvoor moet je soms je eigen gelijk, je eigen verlangens en zelfs je eigen ego opzij kunnen zetten. En precies daar wordt het verschil tussen verliefd zijn en werkelijk liefhebben zichtbaar.

Het merkwaardige is dat The Beatles uiteindelijk zelf een soort antwoord op die ontwikkeling hebben gegeven. Op “The End”, helemaal aan het einde van Abbey Road, zingt Paul McCartney de inmiddels legendarische woorden: “And in the end, the love you take is equal to the love you make.” Achteraf klinkt die zin bijna als het testament van The Beatles, maar eigenlijk is het ook een bijzonder eenvoudige omschrijving van wat liefde zou moeten zijn. Liefde is geen eenrichtingsverkeer. Wie voortdurend alleen maar wil krijgen, zal uiteindelijk weinig overhouden; wie zelf liefde geeft, maakt het mogelijk dat liefde ook terugkomt.

Daarmee krijgen “Love Me Do” en “I Me Mine” achteraf bijna de betekenis van twee uitersten waartussen de Beatles in die korte periode van nog geen acht jaar zijn opgegroeid. Ze begonnen als vier jonge mannen die zongen over de behoefte om bemind te worden en eindigden als volwassen mensen die veel meer hadden gezien van liefde, succes, geld, roem, macht, conflicten en teleurstelling. Tussen die twee liedjes ligt niet alleen de geschiedenis van The Beatles, maar ook iets van de weg die ieder mens in zijn leven kan afleggen: van de romantische verwachting dat liefde ons gelukkig zal maken naar het moeilijkere besef dat echte liefde pas begint wanneer het niet meer uitsluitend om jezelf draait.

Misschien is dat uiteindelijk de mooiste manier om naar The Beatles te luisteren. Niet alleen als de groep die in een paar jaar tijd de popmuziek veranderde, maar als vier jonge mensen die, net als iedereen, ouder werden en onderweg hun ideeën over liefde en het leven moesten bijstellen. Van “Love Me Do” naar “I Me Mine” lijkt op het eerste gezicht een enorme tegenstelling, maar misschien vertellen die twee nummers samen juist één verhaal: dat de grootste moeilijkheid in de liefde niet is om iemand te vinden die van jou houdt, maar om zelf iemand te leren liefhebben zonder voortdurend te denken aan wat jij ervoor terugkrijgt.